ECLI:NL:CRVB:2005:AT3066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende openheid over betrokkenheid bij drugshandel
Appellant, die naast zijn inkomsten uit arbeid een bijstandsuitkering ontving, exploiteerde samen met een partner een café waar drugshandel plaatsvond. Na sluiting van het café vroeg hij opnieuw bijstand aan, maar gaf geen volledige informatie over zijn inkomsten en betrokkenheid bij drugshandel.
De sociale recherche stelde vast dat appellant als beheerder van het café betrokken was bij drugshandel en geldelijke vergoedingen ontving zonder dit aan te geven. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Gedaagde trok de bijstand in en legde een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De rechtbanken verklaarden de beroepen ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelt dat de bijdragen van derden als inkomen moeten worden beschouwd en dat appellant onvoldoende openheid heeft gegeven. De opgelegde boete is passend en conform de wettelijke regels. De aanvraag van 1 augustus 2000 wordt terecht afgewezen vanwege het ontbreken van de vereiste informatie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsuitkering en de opgelegde boete wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.