ECLI:NL:CRVB:2005:AT3060

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/3146 CSV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 18 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen doorbreking appèlverbod bij hoger beroep tegen uitspraak rechtbank

In deze zaak heeft opposante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van het appèlverbod zoals neergelegd in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet ingesteld. De Centrale Raad van Beroep heeft dit verzet behandeld en overwogen dat een uitzondering op het appèlverbod alleen mogelijk is bij evidente schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, waardoor geen eerlijk proces zou zijn gewaarborgd.

De Raad oordeelde dat het enkel toezenden van de uitspraak aan de gemachtigde en niet aan de betrokkene zelf geen dergelijke schending oplevert. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het appèlverbod blijft ondoorbroken.

Uitspraak

04/3146 CSV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], gevestigd te [vestigingsplaats], opposante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 2 september 2004 met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb heeft de Raad het namens opposante door drs. M.C.J. van Ansenwoude-Buijk, werkzaam bij LTB Adviseurs en Accountants B.V. te Haarlem, ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 29 april 2004, reg. nr. 00/1668, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak van de Raad heeft drs. van Ansenwoude-Buijk bij brief van 18 oktober 2004 namens opposante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 27 januari 2005, waar opposante is verschenen bij haar vennoot de heer [naam vennoot], bijgestaan door drs. van Ansenwoude-Buijk, en waar geopposeerde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 2 september 2004 berust hierop, dat ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet, geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen een uitspraak van een rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb.
Voor kennisneming van een appèl in weerwil van deze bepaling kan echter grond bestaan, indien sprake is van evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is.
Anders dan opposante heeft aangevoerd is van een dergelijke schending is geen sprake enkel omdat een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Awb wordt toegezonden aan de gemachtigde van de betrokkene, maar niet aan de betrokkene zelf.
Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel als voorzitter en mr. R.C. Stam en mr. P.J. Stolk als leden, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2005.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) M. Renden.