ECLI:NL:CRVB:2005:AT3054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie voor kleine werkgevers in 2003
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de vastgestelde gedifferentieerde WAO-premie voor het premiejaar 2003 als kleine werkgever bevestigde. De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 4a van het Besluit premiedifferentiatie WAO, waarbij voor kleine werkgevers de opslag of korting op nihil werd gesteld.
De Raad overwoog dat met de wetswijziging van 29 juni 2004, die met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003 gold, de rechtmatigheid van artikel 4a niet ter discussie staat. De wetgever heeft bewust gekozen voor een regeling waarbij ook kleine werkgevers een gedifferentieerde premie verschuldigd zijn, maar dan tegen het rekenpercentage zonder opslag of korting. Dit sluit aan bij de wetsgeschiedenis en het doel van de regeling om premieverhogingen voor kleine bedrijven te beperken.
De Raad concludeerde dat het besluit van gedaagde om de gedifferentieerde premie voor kleine werkgevers op het rekenpercentage vast te stellen, in overeenstemming is met de wet en het Besluit premiedifferentiatie WAO. De eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat kleine werkgevers de gedifferentieerde WAO-premie over 2003 verschuldigd zijn tegen het rekenpercentage zonder opslag of korting.