ECLI:NL:CRVB:2005:AT3047
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Verzoekers ontvingen een bijstandsuitkering die werd opgeschort en uiteindelijk beëindigd vanwege het aantreffen van een hennepdrogerij in hun woonwagen en het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Gedaagde had het recht op bijstand opgeschort en verzocht om aanvullende informatie over inkomen en vermogen, welke niet voldoende werd verstrekt.
De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit tot beëindiging van de uitkering terecht is genomen omdat verzoekers ernstig tekort zijn geschoten in hun inlichtingenplicht door het niet melden van de hennepdrogerij. De omstandigheid dat de woonwagen niet feitelijk werd bewoond, doet hieraan niet af omdat verzoeker als eigenaar verantwoordelijk was.
Er is onvoldoende informatie over de inkomens- en vermogenspositie van verzoekers beschikbaar, waardoor het recht op bijstand vanaf 6 januari 2004 niet kan worden vastgesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen omdat het besluit naar verwachting stand zal houden.
Daarnaast wordt opgemerkt dat de onvolledige besluitvorming omtrent proceskosten en eerdere besluiten door gedaagde kan worden hersteld in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering blijft gehandhaafd.