ECLI:NL:CRVB:2005:AT3040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage psychotherapeutische hulp
Appellant vroeg bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van negen psychotherapeutische behandelingen in 1999. De gemeente weigerde deze bijstand omdat een aanvullende ziektekostenverzekering als voorliggende voorziening werd beschouwd. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat appellant alleen een standaardpakket had en de aanvullende verzekering niet passend was.
De gemeente weigerde vervolgens de bijstand op grond van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, omdat appellant zich niet aanvullend had verzekerd. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de psychotherapeutische kosten onvoorzien waren en dat het niet redelijk was eerst een wachttijd te doorlopen.
De Raad oordeelt dat de maatregel wegens tekortschietend besef alleen kan worden toegepast indien recht op bijstand bestaat, wat hier niet het geval was. Appellant beschikte over voldoende middelen en was niet direct in zijn bestaanskosten bedreigd. Daarom vernietigt de Raad het besluit en de uitspraak, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot weigering van bijzondere bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.