ECLI:NL:CRVB:2005:AT3003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende inlichtingen over woonadres en inkomsten
Appellant, die sedert jaren een bijstandsuitkering ontving, diende een nieuwe aanvraag in na beëindiging van zijn eerdere uitkering. De gemeente stelde vast dat appellant wisselende inschrijvingen had in de gemeentelijke basisadministratie en maakte een afspraak voor een gesprek. Tijdens een huisbezoek gaf appellant aan in te wonen bij zijn zus, geen sleutel te bezitten en geen inkomsten te hebben, maar kon zijn zus niet bereiken.
Op grond van de onvolledige en tegenstrijdige informatie besloot de gemeente de aanvraag af te wijzen omdat niet kon worden beoordeeld of en in welke mate appellant recht had op bijstand. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in bij de rechtbank, dat eveneens werd afgewezen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet voldeed aan de inlichtingenplicht zoals neergelegd in artikel 65 van Pro de Algemene bijstandswet. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij feitelijk op het opgegeven adres woonde en onvoldoende informatie gaf over zijn inkomsten. Hierdoor kon de gemeente niet vaststellen of appellant recht had op bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende inlichtingen wordt bevestigd.