ECLI:NL:CRVB:2005:AT2764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteit
Appellant, voormalig trompetdocent, werd werkloos en ontving een WW-uitkering. Na het intreden van zijn werkloosheid ging hij als zelfstandige lesgeven, maar werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) gewezen op zijn sollicitatieverplichtingen. Appellant gaf aan geen sollicitaties te hebben verricht vanwege het ontbreken van vacatures. Hierdoor werd een korting van 20% op zijn uitkering toegepast.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat hij wel degelijk sollicitaties had verricht, maar kon dit onvoldoende aannemelijk maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant, gezien de lange duur van zijn werkloosheid, zich breder moest oriënteren dan alleen het muziekonderwijs.
De Raad vond dat er voldoende grond was om aan te nemen dat appellant zijn sollicitatieverplichting niet was nagekomen en dat de korting op de uitkering terecht was opgelegd. Er was geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. De uitspraak werd in het openbaar op 9 maart 2005 gewezen.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteit wordt bevestigd.