ECLI:NL:CRVB:2005:AT2749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passend werkaanbod
Appellante was werkzaam als beveiligingsbeambte bij een asielzoekerscentrum dat werd gesloten, waarna zij een passend werkaanbod kreeg bij de mobiele surveillancedienst van dezelfde werkgever. De rechtbank oordeelde dat het aanbod concreet en passend was, maar appellante betwistte dit in hoger beroep, stellende dat het aanbod voorwaardelijk was en het werk in de avond- en nachturen ongeschikt voor haar.
De Raad overwoog dat het aanbod concreet was omdat het ging om een functie van 19 uur per week met een opleiding die door de werkgever betaald zou worden. Het feit dat het werk alleen in de avond- en nachturen en zonder begeleiding moest worden verricht, was onvoldoende reden om het aanbod als ongeschikt te bestempelen, mede omdat de werkgever verplicht was veiligheidsmaatregelen te treffen volgens de Collectieve Arbeidsovereenkomst.
De Raad concludeerde dat appellante passende arbeid heeft nagelaten te aanvaarden en dat de gedeeltelijke weigering van de WW-uitkering terecht is. Er waren geen dringende redenen om van de maatregel af te zien en ook geen strijd met rechtsbeginselen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gedeeltelijke weigering van de WW-uitkering wegens het niet aanvaarden van passend werkaanbod.