ECLI:NL:CRVB:2005:AT2740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WW-uitkering wegens ondeugdelijke werkbriefjes
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de herziening en terugvordering van zijn WW-uitkering over de periode van 3 maart 1997 tot en met 3 januari 1999. De terugvordering is gebaseerd op de vaststelling dat de door appellant en zijn werkgever ingevulde werkbriefjes niet overeenkomen met de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden.
Tijdens de zitting erkende appellant dat de werkbriefjes niet correct waren ingevuld, maar betwistte de omvang van de vastgestelde werkzaamheden en stelde dat er sprake was van dubbeltelling en onjuiste toepassing van de 5/6-regel. Tevens voerde hij aan dat de administratie van de werkgever ondeugdelijk was en niet aan hem toegerekend kon worden.
De Raad oordeelde dat het opsporingsonderzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een voldoende basis vormt voor het besluit en dat de vastgestelde uren meer zijn dan door appellant opgegeven. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens te late indiening en onvoldoende onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WW-uitkering wordt bevestigd.