ECLI:NL:CRVB:2005:AT2718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Ziektewetuitkering na gecompliceerde zwangerschap en bevalling
Appellante, werkzaam als docente en coördinatrice, viel uit wegens zwangerschapsklachten en beviel tien weken te vroeg van een tweeling via keizersnede. Na een bevallingsuitkering werd zij opnieuw ziek gemeld. Verzekeringsartsen stelden vast dat haar arbeidsongeschiktheid aanvankelijk verband hield met de gecompliceerde zwangerschap en bevalling, maar later met psychische problematiek.
De rechtbank wees de Ziektewetuitkering af omdat de klachten niet rechtstreeks uit de zwangerschap of bevalling voortvloeiden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zonder de geboorte van de tweeling haar psychische klachten niet zouden zijn ontstaan, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad oordeelde dat psychische klachten een indirect gevolg zijn van de bevalling, een ‘life event’, en dat dit niet voldoet aan de wettelijke vereiste van ongeschiktheid die haar oorzaak vindt in zwangerschap of bevalling. Medische rapporten ondersteunden dit standpunt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen arbeidsongeschiktheid en zwangerschap of bevalling.