ECLI:NL:CRVB:2005:AT2714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos gedrag zonder nieuwe feiten
Appellant verzocht om terug te komen op het besluit van 11 oktober 2000 waarin zijn WW-uitkering werd geweigerd wegens verwijtbaar werkloos gedrag en onbeschikbaarheid voor arbeid. Dit besluit was gebaseerd op het feit dat appellant zich niet beschikbaar stelde voor passend werk en op staande voet werd ontslagen.
Appellant voerde aan dat het vonnis van 25 juli 2001, waarin het ontslag op staande voet nietig werd verklaard, een nieuw feit was dat herziening van het besluit rechtvaardigde. De Raad overwoog echter dat dit vonnis een waardering betrof van feiten die reeds bekend waren en meegenomen in de eerdere besluitvorming.
De Raad concludeerde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening van het besluit rechtvaardigen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.