ECLI:NL:CRVB:2005:AT2676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ZW- en WW-uitkering wegens niet-rechtmatig verblijf en niet-werknemerschap
Appellant, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een Ziektewetuitkering (ZW) en een Werkloosheidswetuitkering (WW). Beide verzoeken werden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) geweigerd omdat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef en niet als werknemer in de zin van de ZW en WW werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde gronden aan, waaronder het argument dat hij premie had betaald en daarom recht zou moeten hebben op uitkeringen. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de dwingendrechtelijke bepalingen van artikel 3, derde lid, van zowel de ZW als de WW duidelijk stellen dat alleen werknemers met rechtmatig verblijf aanspraak kunnen maken op uitkeringen.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd bevestigd dat de Koppelingswet en de genoemde wetsartikelen niet in strijd zijn met nationaal of internationaal recht. Het beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskosten toe te wijzen af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ZW- en WW-uitkering bevestigd.