ECLI:NL:CRVB:2005:AT2040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens niet-duurzaam gescheiden leven
Appellant had vanaf 1 december 1995 een AOW-pensioen ontvangen als ongehuwde of duurzaam gescheiden persoon. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, stelde na onderzoek vast dat appellant in de periode van 1995 tot 2001 niet duurzaam gescheiden leefde van zijn ex-echtgenote.
Het onderzoek bestond uit verklaringen van appellant, buurtbewoners, politiegegevens, energieverbruik en observaties op het adres van de ex-echtgenote en de camping waar appellant verbleef. Hoewel appellant aanvankelijk verklaarde regelmatig bij zijn ex-echtgenote te verblijven, trok hij deze verklaring later in, maar de Raad achtte deze verklaring betrouwbaar vanwege de onderbouwing met andere gegevens.
Appellant had de mededelingsplicht geschonden door aan te geven alleen te wonen. Op grond van artikel 17a AOW is de herziening van het pensioen terecht. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van het AOW-pensioen wordt bevestigd.