ECLI:NL:CRVB:2005:AT1804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid
In deze zaak staat centraal of de herziening van de WAO-uitkering van appellant terecht is vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, in plaats van de eerder toegekende 80 tot 100%. De rechtbank Leeuwarden had het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant met zijn beperkingen en opleidingsniveau geschikt was voor de geselecteerde functies.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet beschikte over het vereiste diploma voor de functie van bankbediende en dat hij onvoldoende taalvaardigheid had voor de functie van acquisiteur/verkooptelefonist. De Raad oordeelde dat het LTS-diploma schilderen van appellant gelijkgesteld kan worden aan het vereiste VBO-diploma en dat er geen aanwijzingen waren dat appellant niet in staat zou zijn de interne opleiding voor de functie van acquisiteur te volgen. Tevens werd geoordeeld dat de geselecteerde functies voldoende actueel zijn.
De Raad concludeerde dat de herziening van de WAO-uitkering op goede gronden is vastgesteld en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad achtte de bezwaren van appellant onvoldoende onderbouwd en bevestigde het besluit van het Uwv.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.