ECLI:NL:CRVB:2005:AT1783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAO-uitkering wegens niet-rechtmatig verblijf onterecht
Appellant vroeg een WAO-uitkering aan die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd afgewezen omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef. De afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant op het moment van arbeidsongeschiktheid (17 september 1998) verzekerd was ingevolge de WAO, omdat hij toen nog verzekerd was op grond van zijn WW-uitkering en de overgangsregeling van de Koppelingswet.
De Raad stelt vast dat de Koppelingswet vreemdelingen zonder geldige verblijfsvergunning vanaf 1 juli 1998 uitsluit van de WAO, maar een uitzondering geldt voor personen die vóór die datum hun verzekeringspositie op reguliere wijze hadden verworven en in afwachting waren van een verblijfsvergunning. Appellant viel onder deze uitzondering.
Daarom was het besluit van het Uwv onjuist en moet het worden vernietigd. De Raad beveelt dat het Uwv een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt het Uwv tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het betaalde recht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuw besluit nemen waarbij appellant recht heeft op WAO-uitkering.