ECLI:NL:CRVB:2005:AT1771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en herziening mate van arbeidsongeschiktheid volgens WAO met geschil over redelijke termijn en functiebeschikbaarheid
Appellant, een Spaanse onderdaan met een WAO-uitkering sinds 1976, werd in 1998 herbeoordeeld en ingedeeld in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse. Diverse besluiten en bezwaren volgden, waarbij medische rapportages uit Spanje en Nederland werden gewogen. De rechtbank verklaarde een besluit van 1999 nietig wegens zorgvuldigheidsgebrek, maar wees andere beroepen af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken en tegen besluiten over zijn arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde onder meer de motivering van de belastbaarheid, waarbij werd vastgesteld dat bepaalde functies (inpakker en steksteker) de psychische belastbaarheid overschrijden en dus niet passend zijn. De Raad wees ook op inconsistenties in Spaanse medische rapportages en benadrukte dat de reductiefactor bij loonwaardeschatting toegepast had moeten worden. Verder werd vastgesteld dat de bestuursrechtelijke beslistermijn in bezwaar niet was overschreden, maar dat de rechterlijke behandeling wel langer dan redelijk was geweest.
De Raad vernietigde enkele eerdere uitspraken en besluiten, beval een nieuw besluit op bezwaar en veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De zaak illustreert de complexiteit van internationale medische beoordeling, de noodzaak van zorgvuldige motivering en de toepassing van redelijke termijnen in sociale zekerheidsprocedures.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt eerdere besluiten en beveelt een nieuw besluit op bezwaar met toepassing van de reductiefactor en zonder functies inpakker en steksteker, en veroordeelt het UWV tot proceskostenvergoeding.