ECLI:NL:CRVB:2005:AT1590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Wajong-uitkering wegens strijd met zorgvuldigheidsvereiste en gebrekkige motivering
Appellant verzocht om een Wajong-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de entree-eis, mede doordat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd vastgesteld op 1 september 1991. Appellant betoogde dat de arbeidsongeschiktheid geleidelijk was ontstaan en reeds voor die datum bestond, en dat hij als student voldeed aan de criteria voor de entree-eis.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag steunde op de zienswijze van de bezwaarverzekeringsarts. In hoger beroep stelde appellant dat de arbeidsongeschiktheid eerder was ingetreden en dat hij voldeed aan de studentencategorie, mede op grond van studiepunten en inschrijving.
De Raad overwoog dat het bestreden besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsvereiste en ontbrak aan een deugdelijke motivering. De Raad achtte het aannemelijk dat appellant reeds voor 1 september 1991 arbeidsongeschikt was, mede gelet op de psychische stoornis, het korte tijdsbestek tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis en de verklaring van appellants moeder. Het enkele feit dat appellant in juni 1991 een tentamen behaalde, was niet doorslaggevend.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en beval het UWV een nieuw besluit te nemen, waarbij tevens proceskosten werden toegewezen aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de Wajong-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.