ECLI:NL:CRVB:2005:AT1531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAJONG-uitkering wegens onderschatting beperkingen
Appellante vroeg een WAJONG-uitkering aan op grond van haar arbeidsongeschiktheid door spastische hemiplegie. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige rapporten dat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellante voerde aan dat zij meer beperkingen had, met name in het gebruik van haar linkerhand en haar psychische belastbaarheid, en niet fulltime kon werken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep liet de Raad onafhankelijke deskundigen rapporteren, waaronder een revalidatiearts, neuroloog en neuropsycholoog. Deze concludeerden dat appellante inderdaad een verminderde belastbaarheid van de linkerhand heeft, een trager werktempo, en problemen bij emotionele situaties. Ook werd bevestigd dat zij niet fulltime kan werken.
De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellante had onderschat en dat zij niet in staat is de geselecteerde functies uit te oefenen. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAJONG-uitkering wordt vernietigd omdat appellant meer beperkingen heeft dan aangenomen en niet in staat is de geselecteerde functies uit te oefenen.