ECLI:NL:CRVB:2005:AT0706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en bedrijfssluiting voor risico werkgever
Appellant was werkzaam als timmerman op basis van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd bij twee opvolgende werkgevers, beide geplaatst op hetzelfde object. Na een bedrijfssluiting wegens vakantie werd hem een WW-uitkering geweigerd omdat deze sluiting voor risico van de werkgever komt.
De Raad oordeelt dat het zogenoemde uitzendbeding, dat de overeenkomst van rechtswege kan laten eindigen, niet van toepassing is omdat appellant meer dan 26 weken onafgebroken voor de opvolgende werkgevers heeft gewerkt. Tevens is de afwijking van dit beding in de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig omdat deze niet in de CAO is opgenomen.
De Raad bevestigt dat de bedrijfssluiting wegens vakantie voor risico van de werkgever komt en dat appellant recht had op doorbetaling van loon gedurende deze periode. Het beroep op het uitzendbeding en de CAO-afwijking faalt, waardoor de weigering van de WW-uitkering terecht is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en bedrijfssluiting voor risico van de werkgever.