ECLI:NL:CRVB:2005:AT0664
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onbevoegdverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak
In deze zaak heeft opposant hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Groningen in sociale zekerheidszaken. De Centrale Raad van Beroep heeft zich eerder onbevoegd verklaard om van deze hoger beroepen kennis te nemen op grond van artikel 18, tweede lid, van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Awb.
Opposant heeft verzet aangetekend tegen deze onbevoegdverklaring. De Raad heeft het verzet inhoudelijk beoordeeld en geen aanleiding gezien om haar eerdere oordeel te herzien. Er is geen sprake van een evidente schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, ook niet vanwege het niet uitnodigen van opposant voor een zitting.
Daarnaast is het beroep op artikel 6 EVRM Pro inzake de redelijke termijn van de procedure onderzocht. De Raad concludeert dat de totale duur van de procedure niet onredelijk was en dus geen schending van het EVRM heeft plaatsgevonden.
Op grond van deze overwegingen verklaart de Raad het verzet ongegrond en ziet af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van de Raad wordt ongegrond verklaard.