ECLI:NL:CRVB:2005:AT0457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichtingen bijstand op grond van artikel 113 Abw ondanks medische bezwaren
Appellant ontvangt sinds 1993 een bijstandsuitkering en is bij besluit van 15 oktober 1998 verplichtingen opgelegd op grond van artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Appellant voerde aan door het Organisch Psycho Syndroom (OPS) niet in staat te zijn te werken, maar bezwaar en beroep tegen de besluiten die deze verplichtingen bevestigen werden ongegrond verklaard. Na een heronderzoek werd appellant tijdelijk ontheffing verleend, maar later weer verplichtingen opgelegd na medisch advies van GGD-artsen die appellant als (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt beoordeelden.
Appellant stelde dat de medische onderzoeken onvolledig waren omdat deze niet gericht waren op OPS en dat een neuroloog geraadpleegd had moeten worden. De Raad oordeelt echter dat de GGD-adviezen deugdelijk zijn en dat appellant zijn klachten onvoldoende met bewijs heeft onderbouwd. Ook is niet gebleken dat de GGD-arts Ramdin onzorgvuldig heeft gehandeld, ondanks dat zij geen informatie bij de huisarts heeft opgevraagd. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraken en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht verplichtingen uit artikel 113 Abw zijn opgelegd ondanks zijn medische klachten.