ECLI:NL:CRVB:2005:AT0307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie zonder schending vertrouwensbeginsel
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor het jaar 2002, die mede gebaseerd was op een uitkering aan een ex-werkneemster toegekend in 1998. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat de toekenning van de uitkering niet ter discussie staat en dat het ontbreken van kennisgeving aan appellante in 1998 niet leidt tot een gerechtvaardigde verwachting dat deze uitkering niet zou worden meegenomen in de premie. Tevens is het niet relevant dat in eerdere jaren geen rekening werd gehouden met deze uitkering; gedaagde hoeft geen onjuistheden voort te zetten.
De Raad wijst het beroep af omdat de vaststelling van de premie niet op onjuiste gronden berust, het vertrouwensbeginsel niet is geschonden en de wettelijke bepalingen correct zijn toegepast. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over 2002 rechtmatig is en wijst het beroep van appellante af.