ECLI:NL:CRVB:2005:AT0134
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit erkenning vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft in januari 1994 een aanvraag ingediend om met toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 als vervolgingsslachtoffer te worden erkend. Dit verzoek werd bij besluit van 15 juli 1994 afgewezen omdat eiser niet reageerde op herhaalde verzoeken om noodzakelijke medische gegevens te verstrekken.
In mei 2001 verzocht eiser via zijn gemachtigde om herziening van dit besluit, stellende dat bij het opmaken van het sociaal rapport een fout was gemaakt doordat medische machtiging en gezondheidsverklaring ontbraken. Dit verzoek werd bij besluit van 23 juli 2001 afgewezen en dat besluit werd gehandhaafd.
De Raad overweegt dat eiser geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het eerdere besluit in een nieuw licht plaatsen en dat de discretionaire bevoegdheid van verweerster om te herzien met terughoudendheid wordt getoetst. Daarom kan het bestreden besluit in stand blijven.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst tevens af om proceskosten te vergoeden. Het eerdere bezwaar tegen het besluit was niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en een eerder beroep was ongegrond verklaard.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 10 maart 2005.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot afwijzing van de erkenning als vervolgingsslachtoffer wordt afgewezen wegens het ontbreken van relevante nieuwe feiten.