ECLI:NL:CRVB:2005:AT0123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor lekvrije stofzuiger wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, een bijstandsontvanger sinds 1982, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een lekvrije stofzuiger. Na een eerste afwijzing in 1998 wegens het ontbreken van medische noodzaak, diende appellant in 1999 een herhaalde aanvraag in. Deze werd eveneens afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een heroverweging rechtvaardigden.
Appellant voerde aan dat brieven van zijn longarts en een consumentenbondtest van goedkope stofzuigers nieuwe feiten vormden. De Raad oordeelde echter dat deze gegevens niet aantonen dat er voor appellant een medische noodzaak bestond voor een lekvrije stofzuiger. De allergie voor voorraadmijt en de testresultaten waren onvoldoende om de eerdere afwijzing te herzien.
De Raad bevestigde daarom het besluit van de gemeente en de uitspraak van de rechtbank Arnhem die het beroep ongegrond verklaarde. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor een lekvrije stofzuiger wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.