ECLI:NL:CRVB:2005:AS9451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid wegens onjuiste maatstaf arbeid
Appellante, voormalig schoonmaakster, werd per 8 december 1999 ontslagen en ontving een WW-uitkering. Zij meldde zich ziek met buikklachten en psychische klachten, waarna haar Ziektewetuitkering werd beëindigd. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat psychische klachten onvoldoende waren betrokken, waarna een nieuw onderzoek plaatsvond.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellante geen psychiatrisch ziektebeeld had en 18 uur per week kon werken, waarop het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde. Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV onterecht was uitgegaan van een 18-urige werkweek terwijl zij 36 uur werkte vóór ontslag.
De Raad stelde vast dat het UWV inderdaad een onjuiste maatstaf hanteerde door uit te gaan van 18 uur in plaats van 36 uur per week. Hierdoor kon het besluit niet in stand blijven. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de juiste arbeidsduur. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en betaalde leges.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met de juiste maatstaf van 36 uur per week.