ECLI:NL:CRVB:2005:AS9420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn overschreden bij WAO-uitkering, geen verschoonbaar verzuim
De zaak betreft twee besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over een WAO-uitkering aan betrokkene, waarbij de uitkering deels niet werd uitbetaald wegens te late melding door de werkgever. Betrokkene diende pas na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken een bezwaarschrift in. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, omdat betrokkene redelijkerwijs geen verwijt kon worden gemaakt van de te late indiening, mede omdat hij zich had gewend tot verschillende instanties en niet was gewezen op de termijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat betrokkene de wettelijke termijn van zes weken heeft overschreden en dat het verzuim niet verschoonbaar is. De Raad benadrukt dat betrokkens vakorganisatie de besluiten binnen de termijn had ontvangen en dat van de rechtshulpverleners verwacht mocht worden dat zij tijdig actie zouden ondernemen. Het ontbreken van een waarschuwing door appellant over de termijn is geen grond om het verzuim te verontschuldigen.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de bestreden besluiten in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbaar verzuim.