ECLI:NL:CRVB:2005:AS8882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van belang bij geschil over WAO-premie
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht inzake de vaststelling van de gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) over het jaar 2000. De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd omdat gedaagde weigerde medische dossiers te overleggen, waardoor de grondslag van het besluit niet kon worden beoordeeld.
In het aanvullend hoger beroepschrift stelde appellante dat zij in principe instemde met de uitspraak van de rechtbank, maar zich niet kon verenigen met het standpunt van gedaagde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellante geen belang meer had bij haar hoger beroep omdat zij geen inhoudelijke gronden tegen de uitspraak van de rechtbank had aangevoerd.
De Raad wees het hoger beroep daarom af als niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 24 februari 2005 door de voorzitter en twee leden van de Raad, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang.