ECLI:NL:CRVB:2005:AS8831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten en betalingen zoon
Appellant ontving een bijstandsuitkering en werd onderzocht naar aanleiding van anonieme tips over niet opgegeven inkomsten en vermogen. Uit het onderzoek bleek dat appellant in de periode mei 1997 tot maart 2000 inkomsten uit arbeid had genoten en maandelijkse betalingen van zijn inwonende zoon ontving die niet of niet volledig waren gemeld.
De Raad oordeelde dat de betalingen van de zoon niet als giften konden worden beschouwd, maar als inkomsten die appellant en zijn echtgenote naar eigen inzicht konden gebruiken. Dit omdat het perceel waarop de lening was afgesloten uitsluitend op naam van appellant en zijn echtgenote stond en de door appellant overgelegde documenten de eigendom niet anders wezen. De betalingen van de zoon waren daarmee middelen in de zin van de Algemene bijstandswet (Abw).
Daarnaast werd vastgesteld dat appellant werkzaamheden had verricht waarvoor hij inkomsten had ontvangen die niet volledig waren opgegeven. De Raad vond de vaststellingen van gedaagde en de rechtbank terecht en bevestigde de herziening van het recht op bijstand en de terugvordering van te veel ontvangen bijstand over de betreffende periode.
De Raad zag geen dringende redenen om van herziening of terugvordering af te zien en wees het hoger beroep van appellant af. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.