ECLI:NL:CRVB:2005:AS8659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding vernietigd wegens onduidelijke verzenddatum besluit
Appellant kwam in hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep door de rechtbank Amsterdam, omdat de beroepstermijn volgens de rechtbank was overschreden. Het bestreden besluit was op 19 mei 2003 genomen en per niet-aangetekende post verzonden, maar de daadwerkelijke verzenddatum kon niet worden vastgesteld. Appellant stelde het besluit pas op 26 mei 2003 te hebben ontvangen, waardoor het beroep tijdig zou zijn ingediend.
De Raad overwoog dat bij niet-aangetekende verzending het risico dat de verzenddatum niet kan worden aangetoond voor rekening komt van de afzender, hier de gedaagde. Omdat gedaagde de verzending niet kon bewijzen, kon niet met zekerheid worden vastgesteld wanneer de beroepstermijn begon. Deze onzekerheid mocht niet ten nadele van appellant werken, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelde de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.