ECLI:NL:CRVB:2005:AS8279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing schuldsanering en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellant heeft in 1999 een verzoek ingediend bij de gemeente Breda om zijn totale schuld van f 106.658,85 tegen finale kwijting af te kopen voor f 15.000,--. Dit verzoek werd afgewezen door gedaagde op grond van artikel 22 van Pro het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), mede vanwege het bestaan van zekerheden op de lening. Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd door de gemeente ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Breda, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het besluit van 14 juni 1999 als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden aangemerkt, waarop appellant geen rechtsmiddel heeft ingesteld. Het bezwaar tegen de beslissing van 22 juli 1999 is niet-ontvankelijk omdat het niet voldoet aan de vereisten van een bezwaarschrift volgens de Awb. De Raad vernietigt daarom het besluit van 29 maart 2000 en verklaart het bezwaar tegen de beslissing van 22 juli 1999 niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelt de gemeente Breda tot betaling van de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De zaak wordt hiermee definitief afgesloten met deze beslissing.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beslissing van 22 juli 1999 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 29 maart 2000 wordt vernietigd.