ECLI:NL:CRVB:2005:AS8266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant was aanvankelijk werkzaam in een Melkert-baan bij een voetbalvereniging via de gemeente Zandvoort. Na een jaarcontract bood de werkgever een vast dienstverband aan met een loonsverhoging van maximaal 30% over drie jaar. Appellant weigerde dit aanbod omdat hij een hogere loonsverhoging van 50% over vijf jaar verwachtte.
Hierop vroeg appellant een WW-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering blijvend omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat hij door eigen toedoen geen passende arbeid had behouden.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe gronden en werd daarom verworpen. De Raad benadrukt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem een hogere loonsverhoging was toegezegd en dat hij voorafgaand aan zijn dienstbetrekking al langdurig werkloos was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.