ECLI:NL:CRVB:2005:AS7596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor onbetaald gebleven premies sociale verzekeringswetten van onderaannemer in faillissement
Appellante werd aansprakelijk gesteld voor een bedrag van f 167.613,- aan onbetaald gebleven premies sociale verzekeringswetten van haar onderaannemer, die in staat van faillissement was verklaard. De aansprakelijkstelling vond plaats op grond van artikel 16b van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
Appellante voerde onder meer aan dat de tenaamstelling van het besluit onjuist was en dat een deel van de arbeidskrachten zelfstandigen waren, waardoor de premieberekening onjuist zou zijn. De Raad oordeelde dat appellante de rechten en verplichtingen van de vroegere werkmaatschappij feitelijk had overgenomen en dat de onjuiste tenaamstelling geen procesrechtelijke beperkingen opleverde.
Verder concludeerde de Raad dat gedaagde voldoende onderzoek had gedaan naar de feiten en dat de schatting van de loonsom met de vereiste zorgvuldigheid was uitgevoerd, mede op basis van diverse rapporten en getuigenverklaringen. De stelling dat arbeidskrachten zelfstandigen waren, werd onvoldoende onderbouwd.
Ten slotte oordeelde de Raad dat van een voorbarige aansprakelijkstelling geen sprake was, omdat niet was gebleken dat de onderaannemer of curator de premieschulden kon voldoen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aansprakelijkstelling van appellante voor de onbetaald gebleven premies.