ECLI:NL:CRVB:2005:AS7581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens zonder aantoonbare schulden
Appellante ontving sinds 1983 een bijstandsuitkering en verkocht in 1999 haar woning voor f 320.000,--. Na aftrek van hypotheek en kosten stond een bedrag van f 243.314,16 op haar bankrekening. Gedaagde beëindigde de bijstand en vorderde terugbetaling omdat het vermogen de vrijlatingsgrens overschreed.
Appellante voerde aan dat zij aanzienlijke schulden had, gerelateerd aan verbouwing, onderhoud en zorgkosten, ter waarde van f 267.464,65. Deze schulden werden echter niet voldoende aannemelijk gemaakt; er ontbrak concreet bewijs en een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.
De Raad oordeelde dat het vermogen van appellante de vermogensgrens ruim overschreed en dat de opgevoerde schulden niet voldeden aan de vereisten voor verrekening. Er was geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien. De intrekking van de bijstand en terugvordering waren daarom terecht, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering zijn bevestigd omdat het vermogen de vermogensgrens overschreed en schulden niet aannemelijk waren.