ECLI:NL:CRVB:2005:AS7342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten en vaststelling aflossingscapaciteit
Gedaagde ontving sinds 1983 een bijstandsuitkering en verzweeg werkzaamheden als toiletjuffrouw, waardoor de uitkering werd herzien en kosten van bijstand werden teruggevorderd. Appellant stelde een maandelijkse inhouding van f 75,-- vast voor terugbetaling, naast een andere leningaflossing van f 72,--. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit over het aflossingsbedrag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beleidsregels van appellant, waarin een aflossingscapaciteit van 6% van de bijstandsnorm wordt gehanteerd, niet onredelijk zijn. De Raad stelde vast dat de inhouding van f 75,-- overeenkomt met 4,3% van de bijstandsnorm en dat rekening houden met de leningaflossing van f 72,-- niet verplicht was.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover die het aflossingsbedrag betrof en verklaarde het beroep tegen het besluit van 19 maart 2002 in zijn geheel ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herziening en terugvordering bijstand wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd voor zover het aflossingsbedrag betreft.