ECLI:NL:CRVB:2005:AS7306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt terugvorderingsbesluit bijstand wegens ontbreken herzieningsbesluit
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Zij meldde inkomsten uit oproepwerkzaamheden vanaf oktober 1998, waarna de gemeente Almere de bijstand vanaf november 1998 gedeeltelijk verrekende. In december 1999 begon zij met een andere baan, waarna de bijstand per 1 december 1999 werd ingetrokken wegens een hoger inkomen.
De gemeente vorderde de te veel ontvangen bijstand terug met een besluit van 8 maart 2000, dat later werd herzien in een besluit van 10 mei 2001. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens onjuiste terugvorderingsperiode en beval een nieuw besluit op bezwaar. De Raad beoordeelde het hoger beroep tegen het besluit van 10 mei 2001.
De Raad oordeelde dat de gemeente terecht het bedrag van de terugvordering handhaafde maar dat het besluit niet voldeed aan de vereiste wettelijke grondslag. Er ontbrak een herzieningsbesluit voor de periode oktober-november 1998, terwijl terugvordering voor die periode alleen op grond van een dergelijk besluit mogelijk is. De Raad vernietigde het besluit van 10 mei 2001 en beval de gemeente een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de Raad de gemeente Almere tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de Algemene bijstandswet en de noodzaak van een herzieningsbesluit bij terugvordering van bijstandskosten.
Uitkomst: Het bestreden terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens ontbreken van een herzieningsbesluit en de gemeente moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.