ECLI:NL:CRVB:2005:AS6768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens intrekking bestreden besluit UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om hem geen WW-uitkering toe te kennen wegens verwijtbare werkloosheid. Het oorspronkelijke besluit dateerde van 16 november 1999 en werd gehandhaafd bij een bestreden besluit van 8 maart 2000. Later, op 29 oktober 2004, nam het UWV een nieuw besluit dat appellant per 4 oktober 1999 geen recht op WW-uitkering toekent vanwege een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De Raad overwoog dat het besluit van 29 oktober 2004 geen wijziging van het bestreden besluit inhield en daarom niet in de lopende procedure betrokken kon worden. De brief van appellant over dit besluit werd doorgestuurd als bezwaarschrift. Tijdens de zitting trok het UWV het bestreden besluit in, waardoor het beroep feitelijk kwam te vervallen.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en kon daardoor niet ingaan op de schadevordering van appellant. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het bestreden besluit door het UWV.