ECLI:NL:CRVB:2005:AS6723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel dat appellant niet meer ongeschikt is voor haar arbeid
Appellante was sinds april 1999 werkzaam als champignonplukster en viel op 22 juni 2001 uit wegens een nagelextractie. Na onderzoek door een verzekeringsarts op 30 juli 2001 werd zij per 31 juli 2001 hersteld verklaard. Gedaagde stelde bij besluit van 1 augustus 2001 dat appellant niet langer ongeschikt was voor haar arbeid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 2 november 2001 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond, stellende dat appellant op grond van medische gegevens in staat was haar werkzaamheden te verrichten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het niet eens was met de herstelverklaring en dat zij na een korte werkhervatting opnieuw uitviel. Tevens stelde zij dat haar psychische klachten onvoldoende waren onderzocht. Gedaagde overhandigde een rapport van een bezwaarverzekeringsarts die het standpunt van gedaagde bevestigde.
De Raad concludeerde dat er geen medische aanwijzingen zijn die het standpunt van de verzekeringsartsen ondermijnen. De klachten van appellant waren niet objectief vastgesteld als beperkingen en er was geen bewijs van toename van klachten. Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat appellant sinds 1 augustus 2001 in staat is haar werk te verrichten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant sinds 1 augustus 2001 niet meer ongeschikt is voor haar arbeid.