ECLI:NL:CRVB:2005:AS6705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie ondanks arbeidsongeschiktheid vrijwilliger politie
Appellante betwistte de vastgestelde gedifferentieerde WAO-premie voor 2002, omdat een werknemer die tevens vrijwilliger bij de politie was, arbeidsongeschikt werd tijdens die vrijwillige functie. Zij voerde aan dat de WAO-uitkering van deze werknemer niet aan haar toegerekend mocht worden.
De Raad oordeelde dat de arbeidsverhouding van een vrijwillige politieambtenaar niet als dienstbetrekking wordt beschouwd op grond van artikel 6, eerste lid, onder b, van de WAO. Dit volgt uit het feit dat de vrijwilliger geen arbeidsovereenkomst heeft, maar een verbintenis anders dan arbeidsovereenkomst ter bescherming van de openbare orde. De Raad wees ook op de afwijkende rechtspositieregeling voor vrijwillige politieambtenaren, waarbij een ongevallenverzekering geldt.
Verder verwierp de Raad het beroep op het overgangsrecht in artikel 10, achtste lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO, omdat dit overgangsrecht niet in strijd is met de wettelijke regeling en technische uitvoerbaarheid en billijkheid in acht zijn genomen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter R.C. Schoemaker en leden G. van der Wiel en C.M. van Wechem op 3 februari 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie waarbij de WAO-uitkering van de vrijwillige politieambtenaar niet aan appellante wordt toegerekend.