ECLI:NL:CRVB:2005:AS6698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens ontbreken toename psychische klachten
Appellant, werkzaam als agrarisch medewerker, viel in juni 1999 uit met psychische klachten. Na een WAO-beoordeling werd hij minder dan 15% arbeidsongeschikt geacht en kreeg hij een WW-uitkering. In februari 2001 meldde hij zich ziek met vermeerderde klachten. De Ziektewetuitkering werd per 15 mei 2001 beëindigd, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het besluit was gebaseerd op achterhaalde medische gegevens en dat zijn klachten waren toegenomen. De Raad overwoog dat de medische rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen en psychiaters, geen aanwijzingen gaven voor een toename van de psychische klachten sinds de WAO-beoordeling.
De Raad concludeerde dat appellant terecht werd geacht de in het kader van de WAO-beoordeling geduide functies te kunnen vervullen en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd bevestigd zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht is geacht de geduide functies te kunnen vervullen en wijst het hoger beroep af.