ECLI:NL:CRVB:2005:AS6694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit terugwerkende kracht toeslag bijstandsnorm tot 1 maart 1999
Appellant, wonende te een woonplaats, ontving sinds 1995 een bijstandsuitkering als alleenstaande. In 1996 werd deze omgezet naar de Algemene bijstandswet, waarbij geen toeslag werd toegekend omdat appellant bij zijn moeder inwoonde. Na een eerdere uitspraak van de Raad in 1999 werd de gemeentelijke Verordening aangepast, waardoor alleenstaande meerderjarige kinderen die bij hun ouders inwonen recht kregen op een toeslag van 14% van het minimumloon met ingang van 1 maart 1999.
Gedaagde heeft de bijstand van appellant met terugwerkende kracht tot die datum gecorrigeerd en de toeslag toegekend. Appellant stelde dat de toeslag met een verdergaande terugwerkende kracht had moeten worden toegekend, vanaf 1 januari 1996, en vorderde een bijstandsuitkering op het sociaal minimum.
De Raad oordeelt dat het besluit om de toeslag slechts met terugwerkende kracht tot 1 maart 1999 toe te kennen, gelet op de discretionaire bevoegdheid van de gemeente en de belangenafweging, in redelijkheid is genomen. De Raad weegt mee dat de wijziging van de Verordening zorgvuldig is afgewogen, dat het Rijk geen vergoeding zou geven bij verdere terugwerkende kracht, en dat appellant geen rechtsmiddel had aangewend tegen het oorspronkelijke besluit. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.