ECLI:NL:CRVB:2005:AS6600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering renteloze lening WIK wegens overschrijding bezwaartermijn
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de gemeente Amsterdam tot terugvordering van een renteloze geldlening verstrekt op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK). Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de overschrijding van de termijn veroorzaakt was door een fout van zijn adviseur, die het bezwaarschrift te laat indiende. Appellant verwees daarbij naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om te betogen dat het onredelijk zou zijn de gevolgen van deze fout volledig op hem af te wentelen.
De Raad oordeelde dat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die redelijkerwijs uitsluiten dat appellant in verzuim was. Fouten van een ingeschakelde rechtshulpverlener komen in beginsel voor rekening van de indiener. De Raad zag geen reden af te wijken van de hoofdregel dat de fatale bezwaartermijn strikt moet worden nageleefd, mede vanwege het belang van rechtszekerheid en doelmatigheid.
Daarbij werd overwogen dat de toegang tot de rechter niet in ontoelaatbare mate wordt belemmerd door het hanteren van een fatale termijn, omdat deze eenvoudig kan worden gestuit zonder professionele rechtshulp. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van de renteloze lening is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.