ECLI:NL:CRVB:2005:AS6284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijk aansprakelijkheid voor premies en boetes vennootschap
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin hij hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor de door zijn vennootschap verschuldigde premies en boetes over de jaren 1996 en 1997. De Raad verwijst naar de feiten zoals vermeld in de eerdere uitspraak en constateert dat appellant in hoger beroep geen nieuwe argumenten heeft ingebracht, maar slechts zijn eerdere bezwaren herhaalt.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de rechtbank de juiste rechtsregels heeft toegepast en dat er geen gronden zijn om het bestreden besluit te vernietigen. Tevens ziet de Raad geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor wordt de eerdere uitspraak bevestigd.
De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 10 februari 2005 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep waarbij appellant niet aanwezig was. De Raad handhaaft daarmee de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellant voor de premies en boetes van de vennootschap.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellant voor de premies en boetes van de vennootschap.