ECLI:NL:CRVB:2005:AS6283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke dienstbetrekking freelancers bij autoschadeherstelbedrijf
Appellante, een autoschadeherstelbedrijf, maakte gebruik van freelancers bij drukte, ziekte en vakantieperiodes. Uit looncontrole bleek dat betalingen aan deze freelancers niet in de loonadministratie waren verantwoord, waarna gedaagde correctienota’s en boetenota’s oplegde op grond van het standpunt dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de freelancers zich niet vrijelijk konden laten vervangen en dat de betalingen een reële tegenprestatie voor arbeid zijn. Daarnaast waren de werkzaamheden van de freelancers een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering van appellante.
Hoewel appellante stelde dat ook een overeenkomst van opdracht deze kenmerken kan hebben en dat de freelancers zelfstandige ondernemers waren, acht de Raad dit niet relevant voor de kwalificatie van de arbeidsverhouding. De Raad vindt geen gronden om het oordeel over de boetenota’s onjuist te achten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.