ECLI:NL:CRVB:2005:AS6282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over premielooncorrecties en onkostenvergoedingen in sociale verzekeringszaken
De zaak betreft hoger beroep van appellanten tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem over correcties en boetenota’s van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) inzake premieloon over de jaren 1995 tot en met 1999.
De looninspectie had vastgesteld dat onkostenvergoedingen, waaronder literatuurvergoeding en vakbondslidmaatschap, alsmede montagekosten en autokostenvergoeding, ten onrechte niet als premieloon waren aangemerkt. Appellanten voerden aan dat zij niet de zware bewijslast konden dragen en dat eerdere controles al hadden bevestigd dat montagekosten niet premieplichtig waren.
De Raad oordeelde dat appellanten geen begin van bewijs hadden geleverd om de niet-bovenmatigheid van de kostenvergoedingen aannemelijk te maken, ondanks de mogelijkheid om dit nader te onderbouwen. Ook de montagekosten werden terecht als premieloon aangemerkt, omdat onvoldoende gegevens waren verstrekt om het tegendeel te bewijzen.
Een beroep op schending van de redelijke termijn werd verworpen omdat de totale behandelingsduur minder dan vijf jaar bedroeg. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.