ECLI:NL:CRVB:2005:AS5704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.P.M. van der Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon bij vermindering arbeidsduur na bedrijfsovername
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, was na een bedrijfsovername gedwongen haar arbeidsduur te verminderen van 40 naar 24 uur per week. Zij kreeg een WAO-uitkering met een dagloon vastgesteld op basis van deze 24-urige werkweek. Appellante stelde dat het dagloon op basis van een fulltime dienstverband moest worden berekend en dat overuren en toeslagen onjuist waren buiten beschouwing gelaten.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellante feitelijk uit eigen wil 24 uur per week werkte en dat het dagloon terecht op deze arbeidstijd was gebaseerd. Het dervingsprincipe van artikel 14 WAO Pro verhindert een hogere uitkering dan de feitelijke verdiensten in de referteperiode. Tevens was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake was van structureel overwerk dat meegenomen moest worden bij de dagloonberekening.
De Raad wees ook op het feit dat de Toeslagenwet niet aan de orde was in het bestreden besluit en dat grieven hierover buiten beschouwing moesten blijven. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er was geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon correct is vastgesteld op basis van de feitelijke arbeidstijd van 24 uur per week.