ECLI:NL:CRVB:2005:AS5180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens niet-nakoming aflossingsverplichting
Appellant ontving bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor inrichtingskosten. Deze lening moest worden terugbetaald zodra een oude schuld was afgelost. Nadat appellant in gebreke bleef met de aflossing van zowel de oude schuld als de lening, vorderde de gemeente Breda het bedrag terug op grond van artikel 83 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze terugvordering ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat appellant niet aan zijn aflossingsverplichtingen had voldaan, ook niet nadat incasso was overgedragen aan een deurwaarder en meerdere aanmaningen waren verstuurd.
De stelling van appellant dat eerst de oude schuld moest worden afgelost voordat de lening terugbetaald hoefde te worden, werd verworpen omdat hij ook in gebreke was met de oude schuld. De Raad vond geen dringende redenen om af te zien van terugvordering en bevestigde daarom de eerdere uitspraak. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van € 2.430,90 bijzondere bijstand wegens niet-nakoming van de aflossingsverplichting.