ECLI:NL:CRVB:2005:AS4901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling inkomen partner als Vut-uitkering en volledige korting toeslag AOW
Appellant ontving een AOW-pensioen met toeslag omdat zijn echtgenote nog geen 65 jaar was. Na melding van het pensioeninkomen van zijn partner, stelde de Sociale verzekeringsbank vast dat dit inkomen volledig op de toeslag in mindering moest worden gebracht omdat het werd aangemerkt als inkomen in verband met arbeid.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het pensioen was afgesloten vóór de wetswijziging van 1996, toen een vrijlatingsregeling gold, en dat ten onrechte geen overgangsregeling was getroffen. De Raad stelde vast dat het pensioen een uitkering was op grond van een particuliere verzekering in het kader van een collectieve arbeidsovereenkomst en kwalificeerde het als inkomen in verband met arbeid.
De Raad vernietigde het bestreden besluit omdat de grondslag was gewijzigd, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. De Raad oordeelde dat de volledige korting op de toeslag gerechtvaardigd is binnen de AOW-regeling en dat appellant geen rechten kon ontlenen aan de overgangsregeling omdat hij pas in 1997 AOW-rechten kreeg.
De Raad wees het beroep van appellant toe, vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en vergoedde het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de toeslag wordt volledig gekort.