ECLI:NL:CRVB:2005:AS4881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch. J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Betrokkene, werkzaam als bijrijder, meldde zich ziek wegens rug- en hoofdpijnklachten. Verzekeringsarts Angun onderzocht hem tweemaal en concludeerde dat betrokkene per 5 november 2001 weer arbeidsgeschikt was. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld. Betrokkene maakte bezwaar en overhandigde medische rapporten van een neuroloog die migraine en spanningshoofdpijn bevestigden.
De bezwaarverzekeringsarts Momberg bestudeerde het dossier en bevestigde de arbeidsgeschiktheid zonder eigen onderzoek. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onzorgvuldigheid van de verzekeringsartsen omdat neurologische onderzoeksresultaten niet waren opgevraagd of betrokkene niet opnieuw onderzocht.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de verzekeringsarts voldoende gegevens had en dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig handelde door het dossier te bestuderen. De Raad concludeert dat het onderzoek zorgvuldig was en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld terecht is genomen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.