ECLI:NL:CRVB:2005:AS4875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en herinrichtingskosten
Appellante, een alleenstaande met een bijstandsuitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en herinrichtingskosten. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij een lening van 5.000 gulden had afgesloten bij de Kredietbank Limburg, die als voorliggende voorziening werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de lening voldoende was om de kosten te dekken, inclusief de kosten voor het plaatsen van rolluiken. De omstandigheid dat appellante op korte termijn moest verhuizen en daardoor geen geld had kunnen reserveren, werd niet als noodsituatie erkend. Bovendien had zij al eerder vervangende woonruimte aangeboden gekregen, waardoor zij rekening had kunnen houden met de kosten.
De Raad concludeerde dat het college van burgemeester en wethouders terecht geen bijzondere bijstand had toegekend, omdat de voorliggende voorziening passend en toereikend was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat de lening bij de Kredietbank als toereikende voorliggende voorziening geldt.