ECLI:NL:CRVB:2005:AS4818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen bij aanvraag bijstand en kostenvergoeding bezwaar en hoger beroep
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Na het overlijden van haar moeder werd haar uitkering beëindigd vanwege overschrijding van de vermogensgrens. Gedaagde stelde het vermogen vast op basis van een eerdere datum en intering, wat door de rechtbank werd bekritiseerd.
Appellante stelde dat het vermogen per aanvraagdatum vastgesteld moest worden. Gedaagde nam een nieuw besluit, maar handhaafde de berekening op basis van het in te teren vermogen per 1 april 2002. De Raad oordeelde dat dit niet correct was en dat het vermogen per 24 mei 2002 vastgesteld had moeten worden volgens artikel 51 Abw Pro. Het besluit werd vernietigd wegens strijd met de wet.
Daarnaast werd geoordeeld dat appellante recht had op vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van het bezwaar en hoger beroep had gemaakt, omdat het bestuursorgaan onrechtmatig had gehandeld. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van deze kosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit over het vermogen per 24 mei 2002 wordt vernietigd en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.